Het eerste beeld

Al twee miljoen jaar maakt besef van schoonheid deel uit van de ervaring van de mens, dat is het uitgangspunt waarmee archeoloog Thomas Wynn en beeldend kunstenaar Tony Berlant  in het Nasher Sculpture Centre in Dallas , Verenigde Staten de tentoonstelling First Sculpture/ Handaxe to Figure Stone hebben gemaakt. Iemand die welwillend is, kan de esthetische kwaliteit van een vakkundig gemaakte druppelvormige vuistbijl van geaderd silex of tweekleurig limoeniet gemakkelijk ervaren. De gedachte aan een op ons lijkende maker van een miljoen jaar geleden helpt de hedendaagse beschouwer daarbij. Wynn en Berlant wilden echter verder dan de ‘mooi/lelijk dichotomie’.  Zij kozen in First Sculpture nnaast vuistbijlen voor archeologische vondsten die uitdrukking zijn van het vermogen van de Homo Erectus om in natuurlijke objecten dieren, de menselijke gestalte en vooral gezichten te zien.

Volgens een tekst in de catalogus van First Sculpturen hebben wij het vermogen gezichten te kunnen zien ‘to negotiate the complex social dynamics of primate group life’. Elders heet  deze beeldende vaardigheid ‘zelfbewustzijn’ en dat is zo mogelijk nog veelomvattender maar een verklaring geeft het nog niet. Elke keer weer blijkt het moeilijk om bij de ‘prehistorsiche geest’ te komen, de reconstructies van hun hoofden zijn weliswaar aantrekkelijk maar ook vreemd en daarom niet persé behulpzaam. De wijdverspreide obsessie met ‘oorsprong’ in het algemeen en die van de mens in het bijzonder maakt het onderwerp tot een studieterrein dat vol is van inbeelding, geloof en speculatie.

Homo heidelbergensis, Zambia, reconstructie door John Gurche (illustratie uit de catalogus)

 

Deze uitgesproken menselijke neigingen die Berlant en Wynn in First Sculpture hebben gelukkig behouden. In museumcollecties zijn vanwege wetenschappelijke scepsis nauwelijks figure stones – stenen met afbeeldingen van dieren, mensen en gezichten – te vinden. Alle in de tentoonstelling opgenomen stenen die geen vuistbijlen of ander gereedschap zijn, werden op zogenaamde archeologische plaatsen gevonden. De stenen zijn vaak – meer of minder dan een miljoen jaar geleden – bewerkt om de uitdrukking ervan te versterken. Je krijgt de indruk dat Homo Erectus en Homo Neanderthalensis een ‘cartoon cultuur’ kenden.

Figure stone, Fontmaure Frankrijk, 150.000 tot 50.000 jaar oud (illustratie uit de catalogus)

 

De werking van cartoons zit in de vermindering van eigenschappen en in de uitvergroting ervan. En er is niets onwetenschappelijk aan de vraag waarom een vroege hominide als de Australopithicus Afarensis niet om deze vereenvoudigde afbeeldingen zou kunnen lachen. Psycholoog en neurowetenschapper V.S. Ramachandran schrijft in de catalogus over een experiment met ratten die met voedsel als beloning hebben geleerd een rechthoek boven een vierkant te verkiezen en die daarna bij herhaling een meer extreme weergave van een rechthoek bleken te prefereren, een verschijnsel dat hij schaart onder de ‘super stimuli’ en ‘caracterization’ noemt.  De first sculpturen in de tentoonstelling in Dallas  zijn voorbeelden van dergelijke karikaturen en dat geldt ook voor de vuistbijlen van meer dan 30 cm lang die als werktuig onmogelijk te hanteren zijn.

 Super stimuli zijn groteske reducties. Wij hominiden brengen ze voort, onze hersenen ‘zien’ gezichten in dode materie. Bij de zogenaamde Makapansgat Pebble – een (gevonden) steen met de vorm van een doodshoofd – schrijven de samenstellers van de tentoonstelling: ‘Faces are a deep-seated perceptual predisposition possesed by all anthropoid primates, including humans.’ Wij zijn blijkbaar neurologisch hardwired , maar desondanks blijft de mens toch in alle gedragingen een wilsdaad en bedoeling zien. In deze uitzonderlijke tentoonstelling wordt het idee dat Homo Erectus een rationeler wezen is dan wij denken en zelf zijn door Thomas Wynn en Tony Berlant gesaboteerd. Voor even zijn wij vrij van exacte wetenschap en onze biologie die meedogenloos is.